Dochters van Hiroshima
1990
 
 
 
   
 

Wie Wat Wanneer?

Dochters van Hiroshima
theater-dans voorstelling

Première:14 & 15 september 1990: De Werf, Brugge
Speelperiode: 1990
Bijzonderheden: 20 maal gespeeld voor socio-politieke organisatoren zoals Vaka, Pax Christi, VredesOverleg, Culturele Centrale, e.a.

Tekst: Philip Demeester
Spel en dans: Vera Van den Berghe, Majella Opdenacker, Muriel Bats
Regie en vormgeving: Philip Demeester
Fotografie: Marleen Peeters
Productie: dans/theater het AFFRONT

 
   
 

Motivatie

Het moreel verzet tegen een (koude)oorlogs-logica, het politiek verzet tegen de imperialistische arrogantie van een zogenaamde wereldmacht en de gewoon-menselijke bekommernis voor de toekomstige generaties heeft honderdduizenden op de been gebracht, maar een politiek van voldongen feiten dreigde tot een grote democratische ontgoocheling en letargie te voeren. Daarom Dochters Van Hiroshima, waarin we een emotionele motivatie terugbrengen in het engagement, en tevens de problematiek opentrekken naar alles wat kern-energie betreft.  

 
   
 

Butoh

Welke dans kan beter de ervaring van de bom tot uitdrukking brengen dan Butoh, deze dans die 'uit de modder geboren is', deze dans die de lichamelijke shock als basishouding aanneemt, deze revolutionair-bevrijdende dans uit Japan?

 
   
 

De volledige speeltekst

DOCHTERS VAN HIROSHIMA

1 Intro

4: Yoshioka Hiroshi
1: Yoshida Yuriko
1: Yoshida Yukiko
1: Yoshida Mayumi
1: Yoshida Masaaki
4: Yoshida Masaaki
2: Yamashiro Kikuko
4: Yamamura Yuriko
3: Yamamoto Setsuko
1: Yamamoto Setsuko
3: Yamamoto Mineo
1: Yamamoto Mineo
4: Yamamoto Mineo
4: Yaguchi Hisayo
4: Watanabe Sumiko
2: Wasaka Ikuko
2: Wada Yoshiaki
4: Wada Yoshiaki
1: Wada Yoshiaki
2: Wada Tokiko
1: Wada Tokiko
4: Umehara Sumiko
4: Uchimura Yoshiko
4: Tsujioka Atsuko
2: Tsuga Tiyoko
4: Tokumitsu Yukihisa
4: Toge Sankichi
1, 2, 3, 4: Chichi o kaese
1, 2, 3, 4: Haha o kaese
1, 2, 3, 4: Toshiyori o kaese
1, 2, 3, 4: Kodomo o kaese
4: Tasaka Shigeru
4: Taniguchi Sumiteru
4: Tanaka Kiyoko
1: Tanabe Toshihiko
4: Tanabe Toshihiko
1: Tanabe Toshie
3: Tamomoto Katsuhide
4: Tamomoto Katsuhide
2: Tamomoto Katsuhide
4: Tamesada Kumiko
1: Takeuchi Mineko
1: Takeuchi Kuniko
1: Takeuchi Yasu
1: Toshio Takeuchi
4: Toshio Takeuchi
1: Takeuchi Sadako
1: Takeuchi Matsuo
4: Takeuchi Matsuo
1: Takeuchi Chiyoko
1: Takeuchi Asako
2: Takemura Noriko
4: Takai Kimiko
2: Takai Kimiko
4: Takahashi Akihori
4: Tada Kikue
3: Suzuki Yakiharu
2: Suzuki Yakiharu
4: Suzuki Yakiharu
4: Sumi Shizuo
4: Shinohara Miyako
4: Shinjoh Akira
4: Shibayama Hiroshi
1: Sera Yukiyo
1: Sera Megumi
4: Sawachika Hiroshi
4: Tomoyuki Satoh
4: Sato Kiyoko
2: Sasaki Yaeko
1: Sasaki Yaeko
1: Sasaki Mitsunori
4: Sasaki Mitsunori
2: Sasaki Keiko
1: Sasaki Keiko
4: Sasai Yoshiaki
4: Sakurai Yuriko
3: Sakamoto Setsuko
4: Sakai Chizue
4: Sakaguchi Hiromi
1: Sagami Nobuko
1: Sagami Masahiro
1: Sagami Misue
4: Rinde Masayuki
4: Ota Yoke
3: Okimoto Takako
2: Ohtaka Keiko
4: Ohta Masako
1: Ohkawa Michiko
1: Ohkawa Meisuka
4: Ohga Akiko
4: Ogino Michiko
4: Nonaka Fumiko
4: Nobunaga Toshiko
4: Nakashima Tokuo
4: Nakamura Iwao
2: Nakamura Daiji
4: Nakamura Daiji
2: Nakamori Toshio
4: Nakamori Toshio
2: Nakajima Nobuyuki
4: Nakajima Nobuyuki
1, 2, 3, 4: Watashi o kaese
1, 2, 3, 4: Watashi ni tsunagaru
1, 2, 3, 4: Ningen o kaese
4: Nakagawa Hiroko
2: Naito Shigehiro
4: Naito Shigehiro
4: Nagoya Fumiki
2: Nagano Toshiko
2: Mukuda Yoshimi
4: Moritaki Yasuko
4: Mori Kazuo
1: Miyata Tetsuo
4: Miyata Tetsuo
1: Miyata Fusae
1: Miyakoshi Tamiko
1: Miyakoshi Etsuko
1: Miyakoshi Asae
2: Mitsuda Susumu
4: Susumu Mitsuda
4: Matsunaga Eiko
3: Matsumoto Taeko
2: Matsumoto Taeko
1: Matsumoto Taeko
3: Matsumoto Chikae
1: Matsumoto Chikae
4: Masuoka Naoko
4: Masaki Sachiko
4: Kuwabara Yohko
4: Kurokawa Machiyo
3: Kuramoto Sumie
4: Kubota Toyozo
4: Kondo Toshihiko
4: Komae Kazuko
2: Kojima Junya
4: Kojima Junya
2: Koike Kiyoharu
4: Koike Kiyoharu
4: Kohno Yuriko
4: Kitayama Futaba
1: Kimura Yoshihiro
4: Kimura Yoshihiro
1: Kimura Susumu
4: Kimura Susumu
3: Kawasaki Isao
2: Kawasaki Isao
4: Kawasaki Isao
4: Kawai Masae
4: Kawada Yohji
4: Katayama Asako
4: Kataoka Osamu
2: Kano Sanae
2: Kanekuni Satomi
4: Iwata Noriko
4: Itoh Hisato
4: Ishibashi Yasuhiro
4: Ise Yasuko
4: Ikeda Toshiko
2: Ichikawa Hiroaki
4: Ichikawa Hiroaki
4: Hosaka Sakae
2: Hirota Minoru
4: Hirota Minoru
1: Hiratsuka Shige
1: Hiratsuka Kazuko
2: Hirata Shigeko
3: Hashimoto Masayuki
4: Hashimoto Masayuki
4: Haraki Yasushi
2: Harada Hiroko
1: Harada Hiroko
1: Harada Fumiko
1: Hara Tohru
4: Hara Tohru
1: Hara Mieko
1, 2, 3, 4: Ningen no ningen no yo no aru kagiri
1, 2, 3, 4: Kuzurenu heiwa o
1, 2, 3, 4: Heiwa o kaese
4: Hanabusa Mitsugu
4: Habu Sachiko
4: Fukuhara Shintaro
4: Fukuda Kazuko
2: Fujita Machiko
1: Fujino Toshi
1: Fujino Suzoko
1: Fujino Keiko
3: Fujimoto Sachiko
2: Fujimoto Sachiko
4: Fujikoka Etsuko
4: Fuijoka Michiko
1: Egi Tsachiko
1: Egi Sachiko
1: Egi Fumiko
1: Egi Tadahito
4: Egi Tadahito
1: Egi Kikuno
2: Baba Masao
4: Baba Masao
4: Asaeda Masatada
4: Arishige Kiyotoshi
2: Aratani Junko
2: Araoka Ruriko
4: Akiyama Mitsukuni

 

2 De dag na het rouwfestival: stilte

3: Er is geen hoop.

4: De taak is te groot voor één mens. Het is een eeuwig dilemma: je wil je invoegen in het leven en toch heb je het gevoel een speciale opdracht te hebben.
De sterke reactie overweegt. Maar mijn protest is sotto voce, is getemperd...

3: Ik haat Hiroshima.

4: Ik geloof dat het leven zichzelf herstelt. Hoe erg de levenscyclus ook gestoord is.

1: Ik kan er niet tegen dat mensen mij aanstaren.

4: Terugbladeren in de dagboeken van de geest. Bij iedere foto voel je opnieuw de pijn: moeilijkheden bij het uithuwelijken van de kinderen; de kinderen die je verwijten dat je hen verwekt en gebaard hebt; de eigen twijfel over het krijgen van kinderen; de afhankelijkheid van je echtgenoot; problemen bij het vinden van een man...

2: Hoor mijn stem...

3: Ik haat Hiroshima. Zij die met koude ogen naar ons kijken, zijn de mensen van Hiroshima.

2: Hoor mijn stem... Het is de stem van alle kinderen die sterven in oorlog en geweld...

4: Requiem. Troosten van de ziel. Ceremonie om ze rust te geven. Pacificatie van de ziel die eigenzinnig of gevaarlijk is geworden. Een zachte atmosfeer van respect en liefde.

1: Mijn man, gestorven in Hiroshima?

2: Ben jij het Fumiko?

4: Ben jij het?

3: Fumiko?

2, 3, 4: Fumiko? Fumiko?

1: Hij had drie dagen lang naar mij gezocht.

2, 4: Fumiko!

3: Ik haat Hiroshima. Ik haat de stad. Ik haat de mensen.

4: Agressie. De outcast, de underdog, schreeuwen. Het beeld van de hoer die bedelt.

2: Hoor mijn stem... Ze spreekt voor de meerderheid in elk land. In elke geschiedenis. Ze spreekt voor de meerderheid die geen oorlog wil. De meerderheid die wil wandelen op het pad van vrede.

3: Er is geen god.

2: Mama? Kan je me horen? Kan je me horen van zo ver?

1: Ik ga met een stijve rug, vol spanning, alsof ik wacht loop. Zo probeer ik te voorkomen dat ik scheef word aangekeken.

2: Mama. Ik ben een jonge vrouw geworden. Ik trek een bloemenjurk aan. Ik doe een beetje poeder op mijn wangen, een beetje rood op mijn lippen. Dan maak ik een wandeling door het park. Zo probeer ik de ellende te vergeten.

1: Ik sluit me thuis op en zit uren voor de spiegel. Ik zie alleen die lelijke brokken vlees. Mijn wenkbrauwen zijn afgebrand. Mijn oog en lippen zijn vervormd. Mijn nek is naar één kant gewrongen.

4: Ik vraag me af: wat is vrede? Wat betekent vrede? Ik heb mijn twijfels over het woord 'vrede'. Ik weet niet wat het betekent. Politici gebruiken het voortdurend, maar wat betekent het écht? Wat is vrede?

1, 2, 3, 4: stilte

1: Het huwelijk van mijn oudste dochter... Telkens als ze een goed huwelijksaanbod krijgt draait het uit op een mislukking. Vanwege mijn littekens. Pas na zes van die vernederingen kan ze trouwen.

3: Ik haat Hiroshima. Ik haat dat wantrouwen. Het tast zelfs het seksuele aan.

2: Kan je me zien, mama? Kan je zien hoe ik groei? Als ik een nieuwe jurk maak, als ik mijn haar kam, dan doe ik dat voor jouw foto. Om het jou te tonen.

3: Ik haat Hiroshima en de Weduwen-Club. Ik haat dat erotiseren van de Hibakusha. Ik haat dat vernederen van verminkte vrouwen. Ik haat besmette erotiek. Ik haat Hiroshima. Ik haat honger.

4: Als ik nadenk over vrede, dan denk ik aan oorlog. Tijdens de oorlog spraken ze altijd over vrede.

2: Mama. Kan je me zien? Kan je me zien van zo ver?

4: Als ik iets vroeg over de betekenis van vrede, dan zeiden ze dat ik beter kon zwijgen of dat de politie me zou arresteren.

3: voor zichzelf I haat het...

4: Na de oorlog begon ik me af te vragen: is dit écht vrede? Ik weet niet wat vrede is. Is dit vrede of niet..? Als de dag komt dat de wereld niet langer denkt over vrede en oorlog maar gewoon in vrede leeft, zou dat mensen gelukkig maken of ongelukkig?

1, 2, 3, 4: stilte

1: In 195O verhuizen we, ver weg, om een nieuw leven te beginnen. Mijn man vindt werk als muziekleraar in de middelbare school. Ik laat me opereren aan mijn lippen en aan mijn rechter hand. Het duurt niet lang of hij gaat er weer vandoor. Met een van zijn studenten.

4: Na de pijn groeit het litteken. Na de agressie komt de formulering.

1: Mijn kinderen gaan naar school. Ik ga nooit naar de contactvergaderingen, dan moeten ze zich niet schamen voor hun lelijke moeder.

2: Hoor mijn stem... Het is de stem van alle slachtoffers van oorlog en geweld...

1: Miura Kazue huilt. Ze vertelt over haar dochter die vaak last heeft van bloedarmoede. Dat zij soms klaagt: "Waarom heb je me ter wereld gebracht? Je had dat niet mogen doen. Je wist toch dat je een Hibakusha bent".

3: Ik haat Hiroshima. Hiroshima, waar we leven als bedelaars.

1: Hiroshi is nu vijf. Hij vraagt me waarom zijn moeder zo lelijk is.

3: Ik haat Hiroshima. Het ziet ons als uitschot, als burakumin. Ik haat de burakumin. Maar waar anders vind ik een beetje veiligheid, waar anders vind ik een groep, een thuis? Ik haat het Hiroshima zonder werk.

1, 2, 3, 4: stilte

2: Hoor mijn stem... Ze smeekt om wijsheid en vrede, om sterkte en gerechtigheid, om vreugde en natuur.

1: Herfst 1946. Ik kan weer op mijn benen staan. Ik keer terug naar mijn man, die in Kyoto werkt. Mijn gezicht is monsterachtig. Overal heb ik dikke, rood-zwarte keloïde littekens. Mijn wenkbrauwen en lippen zijn verdwenen. Hij krijgt het steeds moeilijker om met mij samen te leven. Hij wordt verliefd op een bediende van het theater waar hij werkt. Hij verlaat me. Ik moet alles stilzwijgend aanvaarden. Mijn armen bloeden af en toe nog. Niet lang daarna vraagt hij mijn hulp. Of ik wil zorgen voor hun baby. Het is zo'n lieve jongen.

3: Ik haat Hiroshima. Overlevenden stierven er zonder fatsoenlijke behandeling.

1: Mijn moeder houdt de spiegel verborgen. Zo kan ik mezelf niet zien. Als ik terug op mijn benen kan staan zie ik mijn gezicht ... kijkt weg.

1, 2, 3, 4: stilte

3: Ik haat Hiroshima. Mijn grootvader en mijn moeder werden er vermoord.

4: Ik schrijf neer wat ik zag -heel precies, geen fictie... en ik schrijf erg gehaast...:

1: Na drie dagen hoor ik een lang verwachte stem in mijn oor.

2: Ben jij het Fumiko?

4: Ben jij het?

3: Fumiko?

2, 3, 4: Fumiko? Fumiko?

1: Het grijpt me aan, maar ik kan mijn lichaam niet bewegen.

2, 3, 4: fluisterend Fumiko? Fumiko!

1: Alleen aan mijn trouwring heeft hij me herkend. Mijn gezicht, mijn handen, mijn voeten zijn zo verbrand dat ik onherkenbaar ben in die rijen lichamen.

4: Beelden.

3: Ik haat Hiroshima. Ik haat kwetsbaarheid.

2: Hoor mijn stem...

3: Ik haat verdwazing.

4: Beelden.

3: Ik haat gevoelloosheid. Ik haat Hiroshima.

2: Hoor mijn stem...

4: Beelden van dode lichamen onmiddellijk na de bom, van de reuk die de lucht vult, van het vuur dat de heuvels opkruipt. Beelden van de hemel die enkele dagen later zo ongewoon helder is, zo vredevol dat je de indruk hebt dat er niets is gebeurd.

2: Hoor mijn stem...

3: Ik haat Hiroshima. Ik haat slachtoffers. Ik haat armoede. Ik haat vertrapten. Ik haat burakumin. Ik haat bendes.

2: Hoor mijn stem ...

3: En ik haat mezelf.

 

3 Het rouwfestival: schoonheid

3a Feest

3b De optocht der lantarens / kraanvogels

1, 2, 3, 4: Geef Terug Mijn Vader

Geef terug mijn vader, geef terug mijn moeder,
Geef opa terug, geef oma terug,
Geef onze zonen en onze dochters terug!
Geef me mezelf terug, geef de mensheid terug,
Geef elkeen terug aan elkaar!

Zolang dit leven duurt,
Geef vrede terug aan ons
Vrede die nooit zal stoppen!

1, 2, 3, 4: Chichi o kaese
Haha o kaese
Toshiyori o kaese
Kodomo o kaese

Watashi o kaese
Watashi ni tsunagaru
Ningen o kaese

Ningen no ningen no yo no aru kagiri
Kuzurenu heiwa o
Heiwa o kaese

3c Apotheose / apocalyps

3d Stilte

4 Naspel

1: Ik geloof niet dat je iets kunt oplossen door gewoon te sterven.

4: Het enige dat telt, dat zal tellen, is de integriteit van de getuigen.

3: Het ogenblik dat voor me ligt zal me verbitteren voor de rest van mijn leven. Maar het zal me voorzien van een eeuwig alibi.

2: De ruïne van het kasteel zal een lieflijk park worden.

1: Zij die de dag echt beleefden zullen geveld worden door leukemie en de een na de ander zal sterven.

3: De oorspronkelijke bevolking van Hiroshima zal uitsterven. En als aandenken zal de atoomkoepel voor eeuwig bewaard blijven. Dat afschuwelijk fallussymbool.

2: Terwijl ze wandelen langs de groene oevers zullen hun stemmen klinken als muziekinstrumenten.

4: Hun taal zal niet langer het dialect zijn van Hiroshima, maar een onbekende taal...

1, 2, 3, 4: stilte/dans

4: Jaren geleden viel iets er op de stad. Iets dat een atoombom wordt genoemd. Dat heb ik horen zeggen.

1: Dat heb ik ook horen zeggen.

3: Ze zeggen dat het angstaanjagend was.

2: Dat zeggen ze.

 

10 Pauze

 

11 Intro

1: Is het doel van oorlog dan niet om elkaar te doden?
3: Ik wou dat er atoombommen vielen op de hele wereld.
4: Identificatie met de agressor.
1: Waarom lijden we dan, als we de oorlog zelf gestart hebben?
2: Een mens sterft maar hij voelt geen onrust.
3: Ik wil alles kapotmaken.
1: Vinden we misschien plezier aan een requiem?
4: Van die dag af werd er niet meer gelachen, door niemand.
3: Neem wraak, neem wraak.
2: Tot we kunnen lachen.
1, 2, 3, 4: lachen

2: Er zijn 10 lentes nodig om zelfvertrouwen te winnen, maar slechts één dag om het te verliezen.
3: Wij zijn atoombombedelaars.
2: Er is iets tekort... de wereld is leeg.
3: De Burakumin.
3: De onaanraakbaren.
4: Verzamelaars van gerechtigheid.
3: Wij zijn gestigmatiseerd.
2: Wat de mens heeft toegevoegd aan de natuur is nu kapot.
3: Wij zijn Hibakusha.
1: Iedereen is een overlevende.
3: Wij zijn keloïd-dragende Hibakusha.
1: Wie houdt er van een mens die sterft?
3: Wij zijn melaatsen.
3: Wij zijn menselijke vodden.
4: De paradox van het formuleren.
3: Wij zijn onaanraakbaar.
4: De pijn van het formuleren.
3: Wij zijn onzichtbaar.
4: Er zijn 10 lentes nodig om zelfvertrouwen te winnen, maar slechts één dag om het te verliezen.

2: We kunnen niet eens zeggen dat we niet willen sterven.
3: Mensen drinken nog altijd vergif.
1: Als je zo bang bent van de bom, waarom verlaat je dan de wereld niet?
3: Mensen plegen nog altijd zelfmoord.
1: En wat bij een nieuwe oorlog?
1, 2, 3, 4: Vergif.
1: Verdrinken in de dood.
3: Leven is zelfmoord.
:2: We moeten alles geduldig verdragen.

4: Antagonistische medewerking.
3: Dood, pijn, zinloosheid: de amerikaanse erfenis in Hiroshima.
3: Ontheiliger van de doden.
3: Verkrachter van de doden.
3: Uitdeler van huichelachtige verzorging.
4: Rivaliteit om hulp.
3: Vernietiger van de Japanse essentie.
3: Veroorzaker van economisch lijden.
3: Veroorzaker van sociaal lijden.
3: Atoombom zaaiende vernietiger.
4: Er bestaan geen woorden om proefkonijnen te troosten.
3: Guinees biggetje.
3: Proefkonijn.
3: Dood.
3: Pijn.
3: Zinloosheid.
4: De verbitterde wereldvisie van de overlevende.
3: Dus, er is geen hoop?

3: Geen hoop, geen droom.
1: Een donker gevoel sluipt doorheen de generaties.
2: De historische waarheid is heilig.
1: Schaduw van de dood.
2: Het nageslacht heeft ons ten dode opgeschreven.
3: Geen droom, geen hoop.
1: Donker oppervlak van de rivier.
2: De verloren geschiedenis.
1: Opeenstapeling van stilte.
3: Geen droom, geen hoop.
1: Samenzwering van stilte.
3: Geen droom, geen hoop.
1: Stemloze stemmen.
4: Samenzwering van stilte.

3: Er is geen god, geen hulp.
4: De overmoed van de overlevende.
2: Karada ga warui.
1: Hiroshima is een stad van lijken.
3: Ik alleen ken het hoogste lijden.
2: Het lichaam is moe.
4: De overlevenden sluiten zich af.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een uitgemoorde stad.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een stad van destructie.
4: Echtheid kan alleen gevonden worden in dood en lijden.
2: Het lichaam is moe.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een vernielde stad.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een stad van doden.
4: Het zijn onaanraakbare sporen van de dood.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een uitgestorven stad.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een stad van as.
2: Het lichaam is moe.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een uitgebrande stad.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een stad van lijken.
3: Er is geen god, geen boeddha.
1: Hiroshima is een stil protest tegen oorlog.
2: Karada ga warui.
3: Er is geen god, geen Boeddha.
2: Leven is verdriet.
4: Het lichaam is moe

2: Het spijt me dat ik aan de bom ben blootgesteld.
1: Massa-crematies.
4: Besmettingsvrees.
4: Het zijn dragers van de dood.
2: We moeten aan overleven denken.
1: Levende hel.
2: Iedereen sterft op zijn eigen manier.
2: Waar zijn de doden?
4: Angst om de doden te verraden.
1: Zwarte regen.
2: Waarom stal ik het leven van de doden?
4: Paranoia van de overlevende.
1: As.
2: Waarom werden wij gered?
4: Er is geen overleven zonder schuld.
1: Ultieme horror.
2: Waarom overleefde ik en zij niet?
1: Dood.
4: Ritmes in de overlevingsschuld.
2: Waarom?
1: Bom.
3: Pikadon.
2: Het spijt me, dat ik aan de bom ben blootgesteld.

3: Het regent nooit op de negende augustus.
4: Pijnlijke schoonheid.

3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken naar ons.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk in mijn armen.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken kritisch.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk in mijn armen is mijn dochter.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken met witte ogen.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk in mijn armen is mijn man.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken koud, argwanend.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk in mijn armen.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken vol verwijten.
3: Dood me alsjeblieft.
1: Het lijk.
3: Het doet zo'n pijn.
2: Ze kijken.
3: Dood me.
1: Het.
2: Kijkt.

3: Pikadon.
4: Tabula rasa. Tabula Rasa.
3: Pikadon.
1: Hoe mooi.
3: Pikadon.
4: Tabula rasa. Tabula Rasa.
3: Pikadon.
1: Hoe mooi.
3: Pikadon, pikadon.

 

12 De week na de bom

4: Hij roept tegen de burgemeester. Hij geeft zijn meerderen bevelen. Hij weet niet dat hij dat doet. Hij werkt als in een droom...

2: Ik stierf bijna.

3: Er is weinig voedsel in de stad. Het belangrijkste is de dag door te raken zonder honger.

2: Eigenlijk had ik moeten sterven.

1: Mijn zus komt na een week terug. "Waar is mama?" "Ik bracht haar terug op mijn rug." heel gelukkig: "Mama, Mama!" Dan zie ik dat ze alleen een rugzak draagt. Mijn zus begint te huilen. De buren ook.

2: Ik stierf, of tenminste: ik leef niet echt.

4: Na de zwarte regen bereiken meer en meer mensen de heuvel. Hun gezichten zijn opgezwollen. Uit hun ogen stroomt etter. Aan hun gezicht kan je niet zien of het een man of een vrouw is. Alleen als je een borst ziet, weet je dat het een vrouw is. Handschoenen hangen van hun vingertoppen. Dan zie ik dat het geen handschoenen zijn, maar het vel van hun onderarmen. Er is iemand met een uitgestoken borst, en een ander met een oog dat uit de kas hangt.

2: Ik sterf bijna.

4: Iedereen is zeer stil.

2: Ik sterf.

1, 2, 3, 4: stilte

2: Bijna.

4: Op een bepaald moment is de heuvel doortrokken van een vreemde geur. Je wordt er misselijk van.

2: Als ik leef, is dat onrein van me.

3: Normaal zouden we er niet aan denken om van dit spoorweggras te eten. Maar nu gaan we het allemaal zoeken. Er is niets. Je moet iets vinden. Voor vandaag. En dan voor morgen. En vooral voor de gewonden en voor de kinderen...

2: Alles wat het leven bevestigt is onrein en een belediging voor de doden.

4: Tegen de avond wordt er een hulppost opgezet. Er worden tenten opgesteld en matten uitgespreid. Wie kan moet zorgen voor de gewonden en wie pijn heeft moet neer gaan liggen. Ik ga rond en verzorg de gewonden. Een man ligt roerloos neer. Ik probeer hem recht te trekken. Ik hou alleen maar verbrande huid in mijn handen. Die is losgekomen van zijn armen.

2: Mijn lichaam brandt!

1, 2, 3, 4: Haast je!

3: Doe olie op de brandwonden.

1, 2, 3, 4: Haast je!

1: Het doet pijn.

1, 2, 3, 4: Haast je!

2: Ik sterf. Bijna.

3: Het gras is zo sterk dat het zelfs op rotsen groeit. Sommigen maken er een soort knoedel van. Het is zoiets als kauwen op zand.

2: Alleen de doden zijn rein.

4: Olie! Ik vertrek in volle vaart naar de ruïne van de fabriek. Ik weet dat daar olie is. De hele weg denk ik: "Ik moet de olie terugbrengen, ik moet de olie terugbrengen, ik moet, ik moet".

2: Ik had moeten sterven.

4: Tussen het puin vind ik een blik machineolie. Ik neem het mee en keer terug naar de heuvels. Ik ga rond en smeer de olie op de verbrande lichamen.

2: Door te leven alsof ik dood ben, neem ik de plaats in van de doden en geef hen leven.

3: Honger! Mijn oudste broer sterft in oktober. Daarna begint mijn vader zich vreemder en vreemder te gedragen. Op een dag gaat hij weg. Hij komt nooit meer terug. Zijn plaats wordt ingenomen door een broer. Hij is gehandicapt en zwaar ondervoed. Hij dwingt zijn lichaam tot het uiterste. Eind januari sterft hij door uitputting.

2: Alles wat het leven bevestigt is een belediging voor de doden.

1: Mijn oudere broer gaat weg om het verplicht werk te doen. We zien hem nooit meer terug.

3: Er is een zwaar voedseltekort. Wij plunderen verlaten legervoorraden. De gestolen goederen verkopen we op de zwarte markt. Ik moet eigenlijk naar school. In plaats daarvan help ik mijn zus. Aardappelen stomen en verkopen voor het station.

1: Mijn jongere broer is verbrand over zijn hele lichaam. De volgende dag sterft hij.

3: De tien jaar na het einde van de oorlog zijn voor mij de echte oorlog.

2: Een man op een fiets. Zijn gezicht is verbrand. Zijn blauwe kleren hangen aan flarden. Aan zijn fiets is iets vastgebonden. Het lijkt op een zwart geblakerde plank. Hij komt nader. Het is geen plank maar een lijk. Stijf en zwart. De man rijdt apathisch voorbij.

1: Mijn moeder gaat naar de stad. Op zoek naar een goede dokter. De avond nadien komt er een bericht. Dat we moeten komen. Dus vertrekken we de volgende ochtend vroeg naar de stad. Eindelijk zijn we er. Maar moeder heeft net haar laatste adem uitgeblazen. We moeten haar lichaam nog begraven.

2: Ik had moeten sterven.

1, 2, 3, 4: stilte.

4: Hij wordt aangemaand om zich bij het hulpteam te voegen. Ze rijden de stad binnen met een vrachtwagen. Hij is kapot van wat hij ziet.

2: Het is onrein van me om te leven.

1: Die avond, net als we terugkomen, sterft mijn oudere zus. Ze was achtergebleven omdat ze te ziek was.

2: Ik leef alsof ik dood ben.

3: We hebben geen kleren buiten wat we aanhebben. En twee of drie luiers voor Tokiko. In een hut slapen we met z'n vieren op één matras. Die heb ik dan nog gekregen van mijn zus. We hebben geen licht, geen tatami-matten, geen land om voedsel te kweken, en geen kleren om te ruilen. Alleen op de velden van mijn familie kunnen we bladeren en takken verzamelen. Daar maken we een soort soep van. In september regent het iedere dag. Ik kan geen kruiden zoeken en ook geen schelpdieren vangen.

1: De dag na de begrafenis van mijn oudere zus sterft ook mijn jongere zus.

4: Een lichaam op een hoop lijken die gecremeerd moeten worden. Het begint te pinken met z'n ooglid en z'n ogen te bewegen. Hij is woedend dat de anderen weigeren te stoppen. Sindsdien beschuldigt hij zichzelf.

2: Alles wat het leven bevestigt is een belediging voor de doden.

3: Hito huilt wanhopig als hij kinderen ziet eten. Ik hou hem dicht tegen mij aan. Ik huil samen met hem.

2: Ik sterf bijna.

1: Papa slaagt er nog in om de begrafenis van mijn oudere zus bij te wonen, maar hij heeft niet genoeg kracht om naar de begrafenis van mijn jongere zus te gaan.

2: Ik leef niet echt.

3: De rijstrantsoenen zijn een maand te laat. De verantwoordelijken weigeren om ons een beetje aardappelmoes te verkopen. De voorraden zijn gerantsoeneerd.

1, 2, 3, 4: Jullie zijn niet de enigen die honger hebben.

4: De ergste nachtmerrie is het beeld van een politieman die probeert de mond van een gewonde kleuter open te breken. Om hem een beetje natgemaakte beschuit te laten eten.

3: We hebben absoluut niets om te eten. Mijn kinderen en ik zullen verhongeren.

4: De politieman wijst naar een dode vrouw vol bloed:

1, 2, 3: Deze kleine jongen hield zich vast aan zijn moeder en huilde:

4: Ik heb honger! Mama, ik heb honger! Mama, wordt wakker!

1, 2, 3: stil Ik heb honger! Mama, ik heb honger! Mama, wordt wakker!

2: Ik sterf bijna.

1: De tempelpriester die de laatste rites voor mijn zus uitvoerde, is er niet meer voor papa's begrafenis...

2: Bijna.

3: Op een dag strompelen we naar het rantsoeneringscentrum van een naburig dorp. Daar wordt wel naar ons geluisterd. "Het is goed dat U kwam, of U was onze eerste hongerdode." We krijgen een beetje bloem en wat groentenafval.

2: Ik leef niet echt.

4: Het jongetje wordt uiteindelijk zelf stil in de armen van de politieman.

3: Honger.

2: Ik had moeten sterven.

1: Papa sterft op 10 september. Voor hij stierf zei hij dikwijls: "Ik wil niet sterven. Laat ons op het land blijven, wij tweetjes, en laat ons boeren voor de kost."

3: Honger.

2: Bijna.

4: Ik heb honger! Mama, ik heb honger! Mama, wordt wakker!

2: Bijna.

 

13 De Bom

13a Dance Macabre

1: Als ik vraag waar ze vandaan komen wijzen ze naar de stad.

2, 3, 4: Van die kant.

1: Als ik vraag waar ze naartoe gaan, wijzen ze weg van de stad.

2, 3, 4: Die kant op.

1: Ze zijn gebroken en verward. Ze bewegen zich als automaten.

1, 2, 3, 4: stilte

1: Ik probeer om een paar dingen uit het huis te redden... alles is bedolven... en zo, met alleen de luiers van de baby.... en zelf draag ik alleen een slipje en een hemdje, wij gedrieën... een moeder met twee kinderen... wat moeten we doen?... in welke richting moeten we ontsnappen?... ik weet niet waarheen... ik voel dat we weg moeten rennen... Mieko, m'n dochter van acht... ze klaagt dat haar buik heet is... ze geeft over... een donkere vloeistof... teerachtig... dan begint de baby ook over te geven... ik probeer over een nabijgelegen brug te raken... ze staat in brand... ik heb de kracht niet... met mijn verwondingen en met de twee kinderen...
een man... zijn ogen steken wel vijf centimeter uit... hij roept mijn naam... ik voel me misselijk... de mensen zijn opgezwollen... je kan je niet voorstellen hoe erg een lichaam kan opzwellen... ik verlies het bewustzijn... dat gevoel van wanhoop... die hopeloze wanhoop... de dingen rond mij... ik weet niet wat ik moet doen... hoe ik voor mijn kinderen moet zorgen... wat er met ons zal gebeuren... ik verlies mijn zelfvertrouwen... ik voel me eenzaam ... angst... het is negen uur 's morgens...
ik kom bij... het is het vier uur 's middags... mijn oudste is naar me aan het kijken... het eerste wat ik zie is haar gezicht... en de baby... ik heb hem heel de tijd vastgehouden... dat gevoel van eenzaamheid... dat gevoel van angst... van geen thuis te hebben... geen familie...

1, 2, 3, 4: stilte

3: Een soldaat neemt de skeletten een voor een op...

1, 2, 4: hoofd opheffen, skelet omklemmen en naar de hemel staren Wij zijn het die moesten sterven.

3: Zijn vijf kinderen...

1, 2, 4: hoofd opheffen, skelet omklemmen en naar de hemel staren Wij zijn het die moesten sterven.

3: Zijn vrouw...

1, 2, 4: hoofd opheffen, skelet omklemmen en naar de hemel staren Wij zijn het die moesten sterven.

3: Zijn moeder...

1, 2, 4: hoofd opheffen, skelet omklemmen en naar de hemel staren Wij zijn het die moesten sterven.

1, 2, 3, 4: stilte

3: Het ergste zijn de ogen van de mensen. De uitdrukking in die ogen. Die ogen zoeken iemand die wil helpen. Ze kijken naar mij. Ze weten dat ik sterker ben dan zij. Ik zoek mijn familie. Ik bekijk iedereen die ik tegenkom. Die ogen, die leegte, die hopeloosheid - dat zal ik nooit vergeten. Honderden ogen staren me aan. Ik ga soms terug naar dezelfde plaats. Ik hoop dat die ogen daar niet meer zullen zijn. Ik zie ontgoocheling in die ogen. Ze kijken naar mij met grote verwachting. Ze staren pal door me heen. Het is vreselijk. Zo aangestaard te worden door die ogen...

1, 2, 3, 4: stilte

3: Ik zoek naar herkenbare ogen...

4: Ik zie een tram. Hij is uitgebrand. Je kan er dwars doorheen zien. Ik zie de passagiers. Ze zijn zwart verbrand. begint te trillen, kan niet verder gaan.

3: Een vrouw met een baby op haar rug sluipt als een half gekke door de gang. Ze heft de ene stromat na de andere op.

1, 2, 4: Nee, dat is hem niet! Nee! Nee!

3: Dan heft ze de mat op van een lijk dat zwart verbrand is. De lippen zijn verschrikkelijk gezwollen. Ze draait het lichaam om. Ze ziet een stukje stof aan de rug plakken:

1, 2, 4: Hij is het! Hij is het! Ik ken dat patroon. Hij is het.

3: Ze huilt hysterisch en valt op het lijk. Het is zo verminkt. Ze kan het alleen herkennen door een stukje stof!

1, 2, 3, 4: stilte

2: Een jonge vrouw klampt zich vast aan mijn benen.

1, 3, 4: doordringend smekend Dokter, ik heb geen kans, maar de baby in mijn buik leeft nog. Red hem, alsjeblieft.

2: De hoop in die vermoeide ogen...

1, 3, 4: met moeite Goed dan. Ik breng je naar de OP. Hou het nog even vol.

2: Ik ren terug naar de kliniek. Het aantal patiënten is nog niet verminderd. Er is geen verloskamer, geen uitrusting, geen personeel, geen tijd. Ik word verscheurd: het leven van het ongeboren kind of dat van de zwaar gewonden. Velen zijn al aan het sterven.

4: Dokter, wat denk je over deze patint?

2: Het werk verdringt mijn emoties.

3: Dokter, doe iets.

1: Dokter, het doet pijn.

4: Dokter, wat denk je over deze patint?

2: De uren glijden voorbij. Dan word ik teruggetrokken naar de zwangere vrouw. Haar lichaam is al koud. Ik denk aan mijn eigen zwangere zus.

3: Iedereen sterft, en als ik slaap tussen de wormen, geeft iedereen over op mij.

1, 2, 3, 4: stilte

4: Afgrijselijke wonden, zwaar verbrande mensen, lijken. Brandende hitte, wormen in het verbrande vlees. Van alle kanten kreten. Ze smeken om verlossing. Ze smeken om water. Een kind weet niet dat z'n moeder gestorven is. Het kruipt naar haar toe. Het zuigt aan haar borst. Die is al droog. Ik kan niet huilen. Ik verlies mezelf. Ik kan me alleen afvragen: hoe lang nog, hoe lang nog, hoe lang nog... Ondertussen blijven mensen sterven.

1: Masaki-san.

2: Akiro-san.

3: Nonaka-san.

4: Ik zoek mijn zus. Ik zie haar in de gang liggen. Haar rechterkant zit onder verschrikkelijke brandwonden. Ze stond waarschijnlijk haar handen te wassen. Zo, met de rechter hand uitgestrekt over het wasbekken.
Ik neem haar mee op mijn rug. Ik vlucht op blote voeten. De brandwonden aan haar gezicht zijn aan het etteren. Haar rechter oog hangt eruit. Ik duw het terug in z'n kas. Het valt er uit. Ik probeer een gaasmasker te gebruiken om het op z'n plaats te houden. Haar oor smelt weg. Er is niets om het masker aan vast te maken. Haar mond is naar rechts gewrongen. Ze kan niets zeggen. Alleen nog grienen. Om water.

1, 2, 3: Water...

4: Als ik het park bereik leg ik mijn zus op de grond. Ik ga mijn kinderen zoeken. De branden loeien nog altijd. Ik zie een tram, roodgloeiend. Hij is omringd door lijken. In de tram is er een vrouw. Ze houdt zich nog altijd vast aan de riem. Ze roept om hulp. De hitte is immens. Ik kan haar niet naderden. Ik kan niets doen... stilte
Op een stenen trap zit een man.

1, 2, 3: Kom, laten we weggaan van hier.

4: Ik trek hem recht. De huid van zijn hand laat los. Hij valt langzaam op de grond. Ik zie duidelijk zijn schaduw afgedrukt op de muur. Mensen roepen naar me. Om hulp. Om water. Ik ben niet verbrand maar ik kan niets doen. Ik kan alleen mijn handen samenbrengen en me verontschuldigen. Ik ga op zoek naar mijn kinderen.

1, 2, 3, 4: stilte

1: Masaki-san.

2: Akiro-san.

3: Nonaka-san.

4: koel, zonder emotie Algemeen gesproken dus: zij die de atoombom overleefden zijn de mensen die hun vrienden negeerden toen die het in extremis uitschreeuwden; het zijn de mensen die gewonde buren van zich afschudden toen die zich aan hen vastklampten en smeekten om gered te worden. Kortom, zij die de bom overleefden waren in mindere of meerdere mate zelfzuchtig, egocentrisch, geleid door instincten en niet door beschaving. En dat weten wij, wij die overleefden.

1, 2, 3: Weten is een harde pijn zonder einde.

4: Mijn dochter blijft naar me roepen:

1, 2, 3: Het doet zo'n pijn, mama. Mama, mijn benen doen zo'n pijn. Ik kan niet bewegen. Haast U, haal me hier uit. Mama, mama. Mama.

4: Ik trek en ik sleur aan haar, maar ik kan haar niet loskrijgen. Hoe wanhopig ik ook probeer, ik kan haar niet loskrijgen. Het vuur komt nader en nader. De vlammen beginnen rond ons te likken. Ik kan de hitte niet langer verdragen. Ik ben bang om te sterven. Ik kan mezelf niet laten verbranden. Niet levend.

1, 2: Mama, mama, mama!

3: Mama, mama, mama!

4: Tranen lopen uit mijn ogen. Ik breng mijn handen samen en vraag mijn dochter mij te vergeven.

1, 2, 3, 4: Kazu, ik ben een slechte moeder voor jou. Vergeef me asjeblieft. Jij wil ook niet sterven, ik weet het. Mama is niet moedig genoeg. Ik kan niet blijven om samen met jou te sterven. Ik ben bang van het vuur, Kazu. Vergeef me, vergeef me.

4: Alsjeblieft.

4: Ik vlucht. Ik trek mijn man bij de hand mee. Het is alsof er van achteren aan mijn haar wordt getrokken. Ik blijf achterom kijken. Naar de ruïnes van ons huis. Naar Kazu.
Er is ook geen tijd geweest om ons ander kind te redden.

1, 2: Mama.

3: Mama.

4: Ik huil luid. Ik ratel maar door. Een stroom van verontschuldigingen aan mijn dode kinderen.

1, 2, 3: Het spijt me, Kazu. Vergeef mama. Ik was wreed toen ik je achterliet. Je moet erg geleden hebben. Het spijt me, Kazu...

4: Kazu...

1, 2, 3: Mama...

4: Mijn echtgenoot zegt niets. Helemaal niets. Er lopen alleen maar tranen over zijn wangen...

1, 2, 3: Mama, mama, mama...

4: Kazu...

3: Mama...

13b Optocht / ritueel: de vernietiging

13c Apotheose / Apocalypse des Bombes

1: Misselijkheid.

3: Braken.

2: Verlies van eetlust.

3: Diarree met veel bloed.

1: Koorts.

2: Zwakheid.

1: Purperen vlekken op het lichaam, onderhuidse bloeding.

3: Ontsteking van de mond en keel. Verzwering van het tandvlees.

3: Bloedingen uit mond, tandvlees, keel, rectum, urinewegen.

2: Haaruitval.

1: Tekort aan witte bloedlichaampjes.

2: En in veel gevallen

1: Een progressief verloop

3: Tot de dood

4: Erop volgt.

 

13d De stilte voor de storm

14 Naspel

3: Hé, monster! Hé wolk! Ga weg! Hoor je me! Ga weg! Wij voeren geen oorlog! Ga weg!

1: Het spijt me. Het spijt me.

4: Je ne vais pas mourir, tout ira bien.

2: idem, zonder woorden.

 

15 Groeten

 

Philip Demeester

 
   
 
 
 
the art of involvement / de kunst van het engagement
 
home | ©2006 Philip Demeester & Amana Dance Theatre