Knuffels!
1998
 
 
 
   
 

Wie Wat Wanneer?

Knuffels!
een dansende theater-voorstelling

Voor kinderen en hun familie vanaf 12 jaar
Première: 24 & 25 april 1998: Akteerstudio, Leuven
Speelperiode: 1998 - 2002
Bijzonderheden: meer dan 30 voorstellingen voor scholen en Culturele Centra

Tekst: Philip Demeester
Regie, choreografie & vormgeving: Philip Demeester
Dans & spel: Vera Van den Berghe
Dramaturgie: Vera van den Berghe & Hannelore Vandebroek
Fotografie: Marleen Peeters, Mieke Engelen
Productie: dans/theaterlabo het AFFRONT

 
   
 

Inhoud

De voorstelling biedt een caleidoscopisch zicht op het thema "knuffels".
Vanuit een vertelster/danseres worden verschillende situaties, beelden, emoties door elkaar verweven.
Het direct aanspreken van het publiek staat daarbij centraal.

In een landschap van beton en roest steekt een roodharig meisje haar hoofd uit een stapel knuffeldieren en vraagt verwonderd: mama wat is oorlog?
Een meisje met een groen idee wil de hele stad volplanten met klimop, en begrijpt niet waarom haar vriendje haar wil strelen.
Dansend onder haar gele hoed vraagt het zwarte meisje aan een indiaan of hij haar eens vast wil pakken.
Een blanke moeder slaat haar meisje, als ze vraagt: mama, wat is vrijen.
De televisie speelt verrot.
Het donkere meisje plant een bloempje, knuffelt haar vriendin, en trekt ten strijde tegen al het onrecht van de wereld. En als ze weent, huilt ze in haar knuffelbeer.

 
   
 

Gedicht

Tussen de woorden en de knuffels
gluurt een kille koude wereld
door de tralies breekt het licht
en zichtbaar sterft het voelen

Onder woorden glinstert het metaal
scherp en snijdend sterke messen
pantsers tegen leegte zwarte leegte
beuk ik mijn hoofden stuk op woorden

Knuffels beesten poppen in het rond
bewakers van de poorten van de ramen
maar wie naar buiten wil of kijken
blijft teneergedrukt in warmte [blijft verloren aan de haard]

Want de woorden want de knuffels
zijn de sluiers maliënkolders
tussen mij en grote angsten
tussen klein en sterke levens

Philip Demeester

 
   
 

Motivatie

De eigenheid van ons werk ligt in de zoektocht naar een heel eigen kwetsbare dialoog met ons publiek, dat wij graag als neutraal vrouwelijk willen omschrijven.
Onze projecten zijn dan ook kleinschalig, en kunnen slechts ontstaan in de specifieke vertrouwensrelatie die we opbouwen met het publiek
Ook 'Knuffels!' wil dit pad van een eerlijke dialoog bewandelen.

We willen een volwassen gesprek aangaan met de kinderen rond het thema: "engagement en de pijn van de wereld".
Of, positief uitgedrukt,:over kleuren en knuffels, d.w.z. over warmte en lichamelijke nabijheid.
Voor de volwassenen onder ons kunnen we de moraal als volgt formuleren: "liever een knuffel dan een oorlog, liever wat warmte dan een grens, liever samen dan alleen, liever kwetsbaar dan de ander kwetsen".

 
   
 

Speeltekst

1. Kennismaking

knuffelen is groen,
oranje dieppaars knuffels zijn
letterlijk figuurlijk
sussen wiegen neuriën
kietelen als de beesten
knuffels voelen wit en blauw
de maan die door het raam
met rode kop
en knuffels
knuffelen op knieën
strelen aan je huid
dromen van les grands bisoux
en samen zwijgen
hand in hand

Muziek

 

2. Tussen woorden en wat knuffels

Ik ben Amana. En dat betekent: Vera
Mijn naam is Vera, en dat betekent: Zij die blijft hopen.
Zij die blijft vertrouwen.
Zij die van goede wil is.
Ik ben van goede wil, en ik ben alleen. Hier op het toneel.

Ik kom vertellen over liefde en eenzaamheid. Over passie en geweld.
Soms ween ik, maar dan pak ik Grote Beer goed vast... En dat helpt. Dan weet ik: ooit wordt de wereld mooi.

Mijn naam is Phipilipip. Hij die op een wit paard over de wolken rijdt. Hij, die altijd op weg is in de blauwe lucht. Op weg naar de zon - om haar te laten schijnen op het blauwe water.
Als ik op de wolken rij, zwemmend als een ruiter, voel ik me heerlijk. Dan weet ik dat de wereld goed is, en de mensen lief.
Maar soms rij ik tegen iemand aan die niet durft dromen. Dan donder ik van mijn paard, dwars door de wolken. En er is nooit water waar ik val, maar altijd van die stomme beton.
Ik huil. Niet omdat mijn neus bloedt, maar omdat mijn paard daarboven zo alleen is, en omdat het zo'n lange weg is, weer helemaal tot in de wolken.
Gelukkig is er Kleine Beer. Ze neemt me mee onder haar deken, helemaal in het donker. Ze legt haar ene hand op mijn buik, de andere op mijn borst en haar wang op mijn wang. 'Boeli Woeli'. Zo slaap ik in.
's Morgens begin ik weer te dromen, en weet ik dat de wereld mooi is. Dan ga ik op zoek naar mijn paard, om te rijden op de wolken en om de zon te laten schijnen in het water...

Tussen de woorden en de knuffels
gluurt een kille koude wereld
door de tralies breekt het licht
scherp en snijdend, sterke messen

Want de woorden want de knuffels
zijn de sluiers maliënkolders
tussen mij en grote angsten
tussen klein en sterke levens

ik voer jou over al jouw grenzen
ver weg en verder van mezelf
en meer nog als je open staat
voor mij en voor de wereld
dus

jouw overgave deelt je weg van jou
en wie je nooit had kunnen worden
je vindt jezelf en dus je lijf
het dansen van je geest
in pijnlijk lange strijd

ik voer jou over alle grenzen
die we samen kunnen gaan
en verder nog een grensje meer
waar jij dan vrij zult vliegen

als een waterkwettervogel

Muziek.

 

3. De knuffelberg (knuffelen: dat doen ze niet in onze familie)

Knuffelen: dat doen ze niet in onze familie.

"Mama, wat is 'oorlogsmisdaad?'"
Mama zwijgt.
"Mama, wat is dat, een oorlogsmisdaad?"
Mama kijkt naar papa.
Papa zwijgt.
Mama ook.

"Mama, is dat daar een misdaad tegen de mensheid?"
Op de televisie zie ik mensen met vreemde maskers op. En helemaal in hun blootje. Ze schieten zomaar, in het wilde weg.
"Papa, is dat daar een oorlogsmisdaad?"
"Ssst, het nieuws is bezig."
Het is stil in alle kamers.
Mama kijkt TV.
Papa kijkt TV.

Het nieuws ratelt over het scherm.

En dan zegt papa: "En te bedenken dat een kogel misschien wel 20 frank kost. Dat is verdomme evenveel als een liter melk."

Muziek.

"Mama?"
"Mama, wat is 'verkrachting?'"
Papa hoest.

"Mama? Wat is dat, 'verkrachting'?"
Mama schuifelt in haar zetel.
"Mama? Kan dat ook met jou gebeuren?"
Plots zit mama stil. Ze zwijgt.
"Mama? Kan dat ook met mij gebeuren?"
Mama zwijgt nog stiller.
"Papa?"
Papa snuit zijn neus.
"Mama? Wat is verkrachting?"
"Shh. Ga nu maar spelen."

Muziek.

Mama legt een hand op mijn voorhoofd.
Papa drinkt zijn koffie.
Een traan loopt over mijn wang.
Papa veegt de traan weg.
Mama snuit haar neus

"Mama? Waarom wil je het niet uitleggen?"
"Mama? Waarom spreek je niet met mij?"
Mama legt haar vingers op mijn ogen en zegt:
"Ach meisje, het is niet waar, het is niet echt."
Stiller: "Ach meisje, het is niet waar, het is niet echt."

"Waarom liegt ze?"
"Waarom spreekt ze niet met mij?"
"Waarom kan ze mij niet vastpakken, en de waarheid zeggen?"

Shit.
Knuffel mij dan toch!
Stiller: Knuffel mij dan toch.

 

4. De knuffelberg 2 (knuffelen: dat doe ik in mijn dromen)

Knuffelen, dat doe ik in mijn dromen.

raak me aan en geef me ruimte
raak me door mijn huiden aan
vergeet de woorden sluit de ogen
raak me tot een ruimte aan

glij en voel en streel mijn huid
tot waar ik bij mezelf verlies
en verder opduik uit de tekens
glijdend en mezelf hervind

geef me ruimte raak mijn leven
in mijn huid en spieren aan
laat mijn voelen mij verliezen

open mij met huid en hart
van de wereld tot mezelf
schep me ruimte leer me leven

 

5. Groen verzacht de zeden

K L M P
Kapa Epel Epem Eepee
Klmp
Klim Op
Klipim Opop
Klimop alle muren
Klipimopop apallepe mupurepen

Néé!
Néé. Laat me toch.

Mupurepen
Opoveperapal mupurepen

Muren.
Overal muren.
Overal zie ik muren.
Muren in de stad.
De stad hangt vol van muren in de stad.
Lelijke muren.
Muren vol puisten.
Volgespoten muren.
Muren.
Overal muren.

Opoveperapal mupurepen

De muren kijken naar mij. Ze staren mij aan. Met hun lelijke, blinde ogen.
Doodshoofden. Alsof ze me willen opeten.

Ik loop met mijn hoofd tegen de muren.
"Lelijke muren!"
"Stomme muren!"
Mijn neus bloedt.
Ik wil schoppen, en roepen en tieren, gillen en weglopen.

Wepeglopopepen.

Néé!
Laat me toch. Ik wil nu niet.

Epen ipik bepen bapang
Epen dapan wipil ipik schopopepen, epen roepoepepen epen
tiepierepen

Maar ik wil niet bang zijn. Ik wil niet roepoepen en tieren en schoppen.
Ik wil niet kapotmaken. Ik wil niemand pijndoen. Niemand bangmaken.
Bapang. Dat wil ik niet.
Ik wil niet bang zijn.
En dan denk ik plapantjepe: "Ik plant de hele stad vol klipimopop, en dan moet ik niet bapang meer zijn."

Dan moet niemand nog bang zijn.

Néén. Laat me toch.
En blijf van me af.

Mijn vriendje is boos.

Mijpijn Phipilipip, kopom meepee.
Kopom meepee. Wepe plapantepen depe stapad vopol groepoen
Kopom doepoe meepee.

Doe toch mee. Laten we de stad vol bomen planten, en de muren vol klimop. Dan moeten we niet bang zijn van de muren. En van de mensen. Dan kunnen we ademen, dan is de lucht proper, en dan kunnen we...
Já, en samen wandelen, hand in hand. En appels eten, en zw...

Maar mijn vriendje wil alleen maar strelen. Hij zegt dat strelen helpt tegen boze muren.
Maar ik wil liever dat die muren verdwijnen.

Het licht dooft langzaam, alleen de maan kijkt triestig toe.
In het halfduister dans ik voor mijn plantjes.
En mijn plantjes slapen zacht.

Epen groepoen zapal depe toepoekopomst zijpijn.

Dromend:
terwijl ik stil lig en niet weet
niet durf wel hoop maar bang
vol overgave toch vertrouw
kan mijn gezicht niet schrijven
hoe diep jouw handen op mijn lijf
mijn ziel mijn hart beroeren
maar dat het vreemd voelt
zeg ik wel
vervreemd maar aangenaam
ver van woorden
trillen handen en mijn heupen
groei ik langzaam naar mijn buik
kwetsbaar nog
beschermd door handen
(hoop jij mij te strelen)
tot een klein genot
en oeverloos
gloei ik voorzichtig open
delend met mijn lijf

 

6. Het proces van de jongen

Knuffelen is wél belangrijk.
En als jij niet wil knuffelen, dan zal de wereld nóóit beter worden.

Je mag toch wel eens knuffelen? Of niet soms?
Waarom zegt je altijd dat ik vlucht? Dat ik niets wil doen... ?
Maar ik vind knuffelen wél o.k.

Knuffelen is tof!
Knuffelen is minstens even goed als klimop planten!!!
Klipimopop? Fuck You!
Fupuck Youpou!

 

7. Waarheid: de grenzen van het knuffelland

ik wil jou
erotisch dwingen
tot de liefde
voor de mensen
met open ogen vrijen
de dood uitlachen
als ze martelt
wil ik jou erotisch
laten leven

kom in mijn handen voelen
dat de wereld wacht
op steun
een kleine glimlach in jouw oor

ik ga door
ik lik je tranen
zolang de wereld huilt
in jou

Muziek

 

8. Waarheid: de grenzen van het knuffelland - 2

Gód, ik zie je graag.

De televisie speelt verrot.
Het nieuws verdringt de avond.

We zijn jong. Wij wenen
Jong doet wenen.
Jong wordt weggestuurd.

"Het is niet waar, het is niet waar
het is niet waar wat daar gebeurt."

"En de bedelaar aan het station
Die doet alsof. Die doet alsof"

"Het is niet waar, het is niet waar
hij is niet arm, hij is niet arm"

Zo zijn we steeds met twee alleen.

Wij zijn jong. Wij leren.
Wij leren weg te kijken.
Wij leren: "vooral niet reageren."
Wij leren: "de waarheid is een leugen, de fictie het verhaal."
Wij leren: "niemand heeft een antwoord, en vragen stel je niet."
Wij leren: "knuffelen is zwak, en geld verdien je met een brede smoel."
Wij leren: "eigen is het best."
Wij leren: "wij zijn jong."
En wij, wij moeten zwijgen.

En ik weet: het is niet waar

II

Een jongen kruipt onder het knuffeldeken van een meisje. Het meisje kruipt bij hem.

Hij fluistert in haar oor: "Ik maak de wereld beter."
Zij fluistert in zijn oor: "Laten we iets moois maken. Iets dat warm eindigt."

Morgen beginnen we een action. Hier voor Afrika. Plant een boompje voor de regen. En klipimopop.
Ja, een world wide action. Een computer-action. Plant je eigen boompje - dop je eigen boontje. Kom op het net en maak je eigen wet.
Telefoneren is een recht, ontwikkeling geen voorrecht. Een modems-communication voor de toekomst. En een durexmerk van jean paul dieux.
Ja, een netwerk voor de wereld, een netwerk voor de vrede.
En voor de bomen ook een netw...

Ze liggen samen dicht bijeen.
Ze dromen - tot de slaap hen inhaalt.

 

9. Seksuele opvoeding

ik ben de knuffel in jouw hart
de nummer zeven in de hemel
ik ben het varken in jouw dromen
het beest vol passie en genot
ik ben de voelbeer van je liefde
de vacht van je geslacht
ik ben het laken en het deken
de nachten van je knuffels
ik ben de wroetmol in je buik
de vervuller van je dromen

Muziek

"Mama, wat is 'safe seks?'"

"Mama, pak me eens vast"
Stiller nu: "Toe, pak me eens vast."

De moeder slaat haar in het gezicht.
De moeder weent, draait zich om en snikt (nauwelijks hoorbaar): "Kom, pak me eens vast..."

Het meisje weent.
Van de pijn.
Van de schrik.
En omdat mama weent.
Ze hoort niet dat haar moeder zegt (nauwelijks hoorbaar): "Kom, pak me eens vast..."

Het meisje wil haar moeder vastpakken. Maar durft niet.
De moeder wil "sorry" zeggen, maar loopt de keuken uit.

Het meisje rent naar haar kamer. De vingers staan in haar gezicht. Rood. En morgen blauw.

Het meisje wentelt zich in het donsdeken, met de buik van Kleine Beer aan haar wang.
Ze valt in slaap. Met haar vinger in haar mond.
"Zo zacht. Zo donker. Zo zaligzacht. Zo zaligzacht alleen.
Zacht als een donsdeken, en warm als een knuffel...
Knuffelmij, knuffelmij, knuffelmij... "

een knuffel is een reuze speelgoedtut
zo lekker als een vinger in je mond
het zuigen met je lippen aan een vijg
het smaken van een ijsje op je tong

een knuffel is een holletje
warm aan alle kanten rond je doen
dekens lakens tussen kussens kruipen
en het neuzen met de grote beer

een knuffel is als zachte kleren
die warm en tof zijn om te voelen
je kan er lekker in verdwalen

een knuffel is een grote kleine beer
's morgens als je wakker wordt in bed
en om te huilen als je weent

 

10. Engagement

Ik knuffel mijn vriendin. Zij knuffelt mij. Warm. En zacht.
Als ik het helemaal warm heb, plukt ze een bloempje. Met dat bloempje in mijn hart stuurt ze mij de wereld in.
Ik denk aan haar en trek ten strijde. Tegen al het onrecht in de wereld.

Soms lach ik.
Soms ween ik.
Dan huil ik in mijn knuffelbeer en denk aan mijn vriendin. Aan die warme, warme knuffel.

Soms lacht iemand mij uit.
Soms doet iemand mij pijn.
Dan denk ik aan mijn vriendin, en plant een boompje.

Soms.
Soms trek ik ten strijde tegen al het onrecht in de wereld. En tegen eenzaamheid.

stoerdoen biedt geen oplossing
en zeker niet tegen eenzaamheid

knuffelen is niet flauw
maar stoerdoen dàt is cool
en cool is koud als nacht
want wie niet buigen kan
die barst
en wie gebarsten is
die is kapot

en denk maar niet:
met mij gebeurt het niet
kijk maar om je heen
de brokken liggen in het rond
de sterken zijn kapot
maar wie buigt dié zwiept terug

kijk wie in de klappen deelt
want wie zacht is dié kan buigen
en knuffels zijn als wind
gebruik hun kracht dan sta je sterk
want wie kan geven die kan krijgen
en regen zon en warmte
doen je groeien als de wind

 

11. Multicultuur

I

De Belgische vlag
De zon schijnt.
Het regent.
Dus moet er een regenboog zijn.
Ergens in de blauwe hemel. Achter die groene bomen.
Niemand kijkt ernaar.
Iedereen loopt met z'n kop in de grond.
Het regent.

Ik ben zwart. Een meisje.
Dansend in de regen met mijn gele hoed loop ik in gedachten naar een indiaan en vraag: "Pak mij eens vast."

Hij wil wel.

II

Ontmoeting: omkering
De regen valt met bakken uit de hemel. De mensen lopen met hun kop in de grond. Ze kijken naar de straatstenen, alsof ze drollen willen tellen.

Ik plak tegen een muur.

Ik droom van ver weg. Van zon en wilde vlaktes. Van paarden zonder zadel. Rijden in de wind. En zwemmen in de stroom.

Die indiaanse jongen met een greenpeace sticker op z'n T-shirt slingert weer voorbij. Zijn handen bengelen langs zijn lijf. Ze hangen in de weg. Grappig eigenlijk.

Hij kijkt naar mij. Hij vindt me zo: (groot en onhandig gebaar: duim omhoog)
Hij kijkt mij aan. Hij lacht, en kijkt verlegen weg.
Dàt is hem helemaal. Zo kwetsbaar. Zo ontroerend.

Langzaam ontwaak ik uit de eeuwige jachtvelden van mijn dromen. Langzaam lach ik terug.

Toneelmeester, vanuit de zaal: Hai!
Meisje (nog half dromend): Hay!
Meisje (opent de ogen, zegt nu echt): Hey?

Meisje: Hij komt nader. Schuchter.
Ik blijf staan.
Jongen: Hai!

Meisje: Hij doet nog een stap vooruit. Ik blijf staan.

Meisje: Hey

Meisje: Hij durft. Jàààh, hij durft.
Ik ben zeker: dit heeft ie nog nooit gedaan.

Meisje: Rodeverenvogelman?
Jongen: Zwartheidscoloriet?

Meisje: Groenevrederoodvel
Jongen: Lichtheidstegenpool
Meisje: Kommikleurtje
Jongen: Edelschoonheidszwartgekleurde
Meisje: Stierenlap
Jongen: Mysterieusiteitssyndroom
Meisje: Kardinaalsgekleurde
Jongen: Potloodvulling
Meisje: Roodborstje
Jongen: Mijn nachtvlinder

Meisje: Oorlogspadgestreepte
Jongen: Rouwkransje
Meisje: Kapotteknielapper
Jongen: Zwaarmoedigheidsgekleurde
Meisje: Thuisverliezer
Jongen: Rouwkleurfestival
Meisje: Opperhoofdenjaknikker
Jongen: Mijn somberdonderonweerswolk

Meisje: Jachtveldcowboy
Jongen: Pikkedonkerbehang
Meisje: Éénpeekaa-er
Jongen: Anti-radartrien
Meisje: Mislukte ferraririjder
Jongen: Zwartspookrijdster
Meisje: Bontgevlektepaardenbestijger
Jongen: Onzichtbaarheidsfreak
Meisje: Stoplicht
Jongen: Kleurloosheidskapitel
Meisje: Roestbak
Jongen: Mijn camouflagetrien

Meisje: Vuurwaterzuipschuit
Jongen: Savanneloopster
Meisje: Vredespijproker
Jongen: Mijn obscedé

Meisje: Prairievogelaar
Jongen: Kroezelkop
Meisje: Totempaaldanser
Jongen: Melocake
Meisje: Vogelaar
Jongen: Negerinnetet
Meisje: Hoerenflikkerlicht
Jongen: Mijn schunnigheidsgeliefde

Meisje: Pluimendrager
Jongen: Zwoellip
Meisje: Squawentemmer
Jongen: Obsceniteit
Meisje: Roodlul
Jongen: Vuiltrien
Meisje: Totemneuker
Jongen: Mijn zonde-ideaal

Meisje: Rooie
Jongen: Zwarte
Meisje: Roodkop
Jongen: Roetmop
Meisje: Roodvel
Jongen: Zwartscheet
Meisje: Rodekool
Jongen: Gij moet u eens wassen
Meisje: En gij hebt zeker te hard geschrobd
Samen: Kleurling!!!

Meisje: Woorden vliegen in het rond. Krom van het lachen grijpen we elkaar vast.
We schrikken. We hebben elkaar vast. Plots. Zomaar.

Jongen (verlegen): Hai
Meisje (verlegen): Hey

Samen (verlegen): Hai

Jongen: Dan zegt zij
Meisje: Dan zegt hij
Meisje & jongen: Pak me eens vast.

Ze pakken elkaar vast. Gelijktijdig. Onhandig. Zijn bril zit in de weg, zij trapt op z'n tenen. Het maakt niet uit.
Ze krijgen een bloedrode kop. Zij zwart. Hij rood.
Zij verbergt haar wang in zijn haar. Zij ruikt hem.
Hij ruikt haar.
Zij zoent z'n haar. Hij zoent haar wang.
Zij knuffelt hem. Hij knuffelt haar
Ze knuffelen en knuffelen en weten van geen ophouden.
Hij ruikt aan haar. Zij ruikt aan hem.
Haar lippen naderen de zijne. Zijn lippen naderen de hare.

Hij pakt het meisje bij de hand. Het doet een beetje pijn. Hij is zo onhandig. Maar lief. En grappig!
Hij trekt haar het hoekje om.
Ze lopen hand in hand door het park.
Ze voelen zich als adam en eva. En vergeten de hele wereld.
Dansen als de vogels. Vlinders in de buik.
Babbelen als de beesten. Dansen in de regen.
Zingen van geluk. En zoenen als de paarden.

Het is herfst, de nacht valt vroeg.
De klok tikt. En achter de wolken schijnt de maan.

zacht onzichtbaar voelend
vlijt mijn borst zich
aan jouw rug
naakt
fluistert in jouw haar
mijn mond

onnoembaar vrij je lijf dat droomt
de dag in danst de blik herleest
en zwijgend met die ander
spreekt

 

12. Niets is zachter dan een kapper

toen jij vannacht verborgen
triestig diep gelukkig
op en af de ladders hollend
met een glimlach breder
en dieper dan de zee
verborgen tussen manen
simpel naar me oogde
met een knipje van verlangen

toen sloegen zinnen neer als sneeuw

nu vliegen woorden als de meeuwen
zonder einde op de golven
op en aan doorheen de deuren
van mijn openstaande lijf
en willen niet meer wijken
voor de nacht vervliegt
in een knipoog van geluk

Evy kijkt naar mij. Ik voel me mooi. En sterk. Ik bewonder mezelf in de grote spiegel. Mijn gezicht. Mijn hals. De plaats waar mijn décolté zou moeten zijn. Maar vooral: mijn haar.

Evy verschijnt in de spiegel. Ik druk mijn lippen op de spiegel. Rode lippen.
Evy drukt haar lippen naast de mijne. Gouden lippen.

Langzaam borstel ik mijn haar. Ik kijk naar Evy.
Ik sluit mijn ogen, open mijn lippen. Ik geniet.

Ik hou niet van kappers. Kappers zijn ruw.
Ze laten je altijd stilzitten. En ze wringen je hoofd achterover, als ze je haar wassen. Dat doet pijn. In je nek.
En ze komen altijd zo dicht. Ze kijken je voortdurend aan, en ze friemelen aan je haar. Een beetje hier, een beetje daar, en allemaal om niks. Want als ik buiten kom woel ik toch door mijn haar.
En ze babbelen ook altijd zoveel.
Nee, ik hou niet van kappers.

Maar Evy, dié kan zwijgen. Bij haar voel ik me goed. En als zij zin heeft, en mijn haar borstelt... Hmmm...
Dan word ik helemaal warm...

 

13. Eindgedicht: het hoedje van H

het mooiste aan de liefde is het dons
het deken stevig om me heen
de warmte in mijn lijf en in mijn bed
het lichtje in de diepe nacht

de warmte van het lijf is mijn dada
neem mij vast en knuffel mij
een knuffel is geen oorlog
een knuffel is geen seks

maken we iets moois van deze wereld
zo dons dat warm en knuffel eindigt
en zacht en moe als na een bad

iets knettergeks iets geels iets
iets onmogelijk luidkeels als
het hoedje van mijn liefje H

Philip Demeester

 
   
 
 
 
the art of involvement / de kunst van het engagement
 
home | ©2006 Philip Demeester & Amana Dance Theatre