Zwart/wit
1988
 
 
 
   
 

Wie Wat Wanneer?

Zwart / Wit
een theater-dans monoloog

Première: 18 & 19 november 1988, 't Stuc, Leuven
Speelperiode: 1988 - 1990

Tekst: Vera Van den Berghe
Spel en dans: Vera Van den Berghe
Regie en vormgeving: Philip Demeester
Fotografie: Marleen Peeters
Productie: dans/theater het AFFRONT

 
   
 

Motivatie

Elk sociaal engagement, elke politieke strijd komt vroeg of laat voor een verscheurende keuze te staan: waar ligt mijn engagement?

Voor vrouwen is dit dilemma bijna steeds: ligt mijn solidariteit bij de andere vrouwen, of bij mijn 'klan' (familie, klasse, etni etc.) Moet ik mij vooreerst verzetten tegen de onderdrukking door de mannen, of moet ik (voorlopig) de mannen als bondgenoten aanvaarden in de belangijkere strijd van maatschappelijke ontvoogding? Kan ik m.a.w. aannemen dat in een ontvoogde samenleving mannen niet langer vrouw-onderdrukkend zullen handelen? Of is de maatschappelijke verknechting integendeel het resultaat van het mannelijke machisme?

 
   
 

Afrikaanse Dans

In onze zoektocht naar de maatschappelijke ťn persoonlijke onderdrukking van vrouwen zijn we aanbeland bij de vraag: hoe kunnen wij dit alles aflezen aan haar lichamelijkheid, aan haar bewegingspatroon?

Dans integreren in onze voorstellingen was de artistieke consequentie van deze inhoudelijke vraagstelling. Afrikaanse dans, met haar directe energie leek ons een goed vertrekpunt: terug naar de roots, zo ver mogelijk voorbij de 'cultuur'.

 
   
 

De volledige speeltekst

Zwart / Wit

Do I have the right, being white
Do I have the right to speak about black women

Can a man speak for his wife
Can the cat speak for the mouse

Do I have the right, being white
Do I have the right

Heb ik het recht, ik, blanke vrouw?
Heb ik het recht om te spreken over zwarte vrouwen?

Kan een man spreken voor een vrouw
een ondernemer voor de arbeiders
de kat voor de muis?

Is het goed dat ik,
vrouw,
blank,
rijk,
Is het goed dat ik "zwart" speel?
Heb ik dat recht?

Ik neem het recht.
Ik speel zwart.

 

Het is goed dat ik, vrouw,
zwart,
arm,
Het is goed dat juist ik spreek over blanke vrouwen.
Blanke vrouwen:
sieraad en symbool van mijn onderdrukking.

Mijn vaders,
mijn broers,
mijn echtgenoten,
mijn zonen
zij sterven voor hen
zij sterven door hen


En hun bloed,
bevroren op de elektrische stoel
afgesneden door de strop
verhit in het vuur van de lynchbendes
En hun bloed,
zwart bloed,
mijn bloed,
geeft me het recht om te spreken.

Ik wou dat ik kon spreken over blanke vrouwen,
zoals ze zouden moeten zijn:
sterk, gelijk, één
Ik wou dat ik kon spreken over blanke vrouwen,
zoals ze eens zullen zijn?

Maar dan zullen vrouwen vrouwen zijn
ongeacht hun kleur ongeacht hun klasse
Dan moét ik niet meer spreken
over blanke vrouwen
over zwarte vrouwen

Maar nu ze er nog altijd zijn: blanke vrouwen en zwarte vrouwen rijke vrouwen en arme vrouwen
Nu moet ik spreken
Nu moet ik eerlijk op zoek naar waarheid
Nu moét ik spreken
en vertellen wat mij de waarheid lijkt.

Blanke vrouwen hebben vlekken op hun kleren
bloedvlekken
Blanke vrouwen reiken mij hun hand
en dwingen me op de knieën.
Blanke vrouwen staan aan de rand van mijn ondergang en glimlachen
Blanke vrouwen verven hun lippen rood,
met mijn bloed.

Wat is dit voor een god,
waarvoor mijn bloed geofferd wordt?
Wat is dit voor een monster
dat zich voedt met mijn vlees?
Wat is dit voor een gruwel?

Laten we naar de geschiedenis kijken:

Ze zeiden dat jullie beter waren dan ik.
Ze zeiden dat jullie frêle lichaam
nooit het zweet van slavernij zou kennen.
Ze logen.
Jullie blanke vrouwen,

jullie zijn ook geknecht

Luister:
Toegegeven: het was een zware reis
De oceaan weerspiegelde slechts je eindeloze verveling
De stormen maakten je zeeziek
De hutten waren gerieflijk maar klein
Het gekrijs van de zeemeeuwen verstoorde je dromen
Een schip vol blanke vrouwen,
op zoek naar geluk
Gekir en gebabbel aan de kapiteinstafel
Je witte parasol op het dek
Je blik vast op de einder
vol verlangen naar wat komen zou
daar op die andere oever

Je zag de schaduw niet van die andere boot,
mijn boot.
Een slavenboot, een donker hol van dood en ellende.
Geen kapiteinstafel voor mijn zusters en mij
maar een ton met walgelijk vloeibaar voedsel.
Overdag vrij wild voor de matrozen
's nachts twee aan twee vastgeketend als beesten op een plank
een ruwe plank die de huid afschaafde tot op het bot.
De stormen scheurden mijn borsten.
Mijn lijf was omringd door de hete stank
van stront en kots
Doodsangst als 's morgens blijkt dat ik vastgeketend ben aan een ijk!

Mijn tranen waren toen al opgedroogd
de herinnering aan mijn Afrikaanse zon verduisterd.
Ik dacht nog slechts aan één ding
- net als jij -; aan dat wat zou komen daar op die andere oever.

Amerika!
Ha, verse lading slijmballen, pas uit de boot gekropen?
Dit is Amerika, het land waar alles kan, het land waar alles mag voor wie de blauwe brieven heeft!
Vuile Mexicaan, maak dat je wegkomt, jou kunnen we hier niet gebruiken!

Kijk maar wat wij te bieden hebben, de vleespotten van Amerika.
Amerika, het land van de worstendraaiers, het land van de soepbedeling.

Ja, mijnheer chique, je plastron is groter dan je lul, is je portefeuille wel groter dan je zak?

Amerika: hoe meer je betaalt hoe minder je krijgt.
Trek je ogen maar open ventje, je bent nog groen achter je klootjes zeker?


Amerika: een stront in cadeauverpakking. Amerika: de kont van de wereld en jullie zijn de likkers.

Dit is Amerika: een grote slappe lul! Stelletje snelspuiters.
Amerika, het land waar je alles zelf moet doen.
Amerika, waar alles te krijgen is; het land van melk en honing.
Amerika, een grote mamel maar je moet wel de melksoupappen vinden, tietengeilers.
Amerika, het land waar de tieten worden uitgezogen, het land waar met de kloten gerammeld wordt.
Ja, begin maar te kwijlen, de melk hebben we gehad, nu komt de honing.
Hé, wratlul, je kan nog terug, de boot staat er nog. Je kan in je eigen kwijl naar huis drijven.
Amerika, het land van melk en honing, steek je poten uit en je blijft plakken.
Amerika, het land van wit en zwart: witte billen en zwarte stront; witte stinkers en zwarte nikkers;
Dit is Amerika, het land van de vrijheid voor de rijken, begin al maar te gooien met de blauwe brieven.
Amerika, het land dat veel belooft en weinig geeft.
Dit is Amerika: sex en geld.
Bende klootzakken, flapdrollen, slijmballen, impotente zak﷓ ken, gecamoufleerde lullen ...

Amerika
ontdek dit land!
haar oogsten van overvloed
het goud van haar beloftes
rechtvaardigheid zonder grenzen
haar trotse onafhankelijkheid
haar moedige overheersing
haar mooiste sprookjes

Amerika!
het land van de vrijheid
het land van de toekomst
maar niet voor mij
Niet voor mij vrouw,
Niet voor mij, arme
Niet voor mij, zwarte
Amerika, maar niet voor mij

Samen kwamen wij aan in het land van de vrijheid
en samen werden wij op de markt gegooid

negertjes zijn bruin, bruin is de kleur van stront; chineesjes die zijn geel, geel is de kleur van pis; stront en pis
Ze telden mijn tanden
ze betastten mijn spieren
ze inspecteerden mijn maagdelijkheid

negers hebben platte neuzen, dikke lippen, negers zijn net apen

Ze bekeken jouw dijen
ze prezen je lende
ze beloerden je borsten
en jij, je schudde je krullen,
je maakte je lippen vochtig
je lachte naar hem
je lonkte naar hem
en je verkocht jezelf

negers hebben leuke kontjes, negers hebben de langste lul
Die walgelijke transactie van vlees
Ja, ze verkochten mij
Ze scheurden me los van mijn moeder,
mijn broers,
mijn zusters,
mijn kinderen.

negers zijn de beste slaven, de sterkste slaven; negers zijn
echte slaven

Ja, ze verkochten jou
aan het hoogste bod, net zoals ze mij verkochten
En wat de prijs ook was,
je werd verkocht aan een vreemde,
aan het bed van een vreemde,
in een land van vreemden.
Je was ver van je vriendinnen
ver van alles wat je lief was.
Maar... Jij vocht niet
Jij vocht niet voor het recht om te kiezen
met wie je zou huwen
Nee, jij vocht niet.

Weet je nog?

En daar hebben wij mekaar voor het eerst ontmoet
In een eenzame wagen, op weg naar de plantage.
Jij zat een beetje ongemakkelijk op de bok
met je witte bruidsjapon
en je witte parasol.
Besefte je toen al wat er boven je mooie hoofdje hing?
Achter in de wagen lag ik,
geketend als een dier,
verkocht aan dezelfde man.
Jouw echtgenoot
mijn meester.
Je durfde haast niet achterom kijken,

bang om in mijn ogen de waarheid te zien
De waarheid over mij.
De waarheid over jezelf.
Weet je nog?

Ze vingen mij met kettingen en geweren.
Ze joegen me op als een beest.

Ik krabte, ik beet, ik vocht
ik sleurde, ik trok.
Tot de ketens het vlees van mijn botten scheurden.

Ze hingen bellen aan mijn nek.
Hun zwepen dwongen me uiteindelijk op de knieën.
Maar hun triomfantelijke kreten konden mijn gehuil niet smoren.
Jou strikten ze met leugens,
mooie leugens:
eer, deugdzaamheid goede naam.
Jouw frêle lijf verdroeg geen bruut geweld. Geweld was ook niet nodig.
Je geest was klaar om,
als een spons,
die leugens te absorberen.
Je ontving ze dankbaar in je klaargestoomde hoofdje:
die giftige leugens
die je beroofden van je naam, van je stem en van je autoriteit.
Moordende leugens
Hij gaf jou het ultieme excuus
"blank is superieur"
Hij zwoer dat jouw frêle lichaam
nooit het zweet van slavernij zou kennen.
En zo kocht hij jou,
niet alleen je lijf,
maar ook je ziel.
Hij maakte van jou een ding.
Hij kneedde je naar zijn wensen.
Hij vernietigde je wortels,
rukte je hart uit je lijf.
Hij leerde je alles vergeten
alles waarvan je voelde, waarvan je dacht, waarvan je wist dat het goed was.

Weet je nog?

Jouw eerste huwelijksnacht!
Bloed en verrukking in je dromen
In angstige spanning wachtte je af
tot hij zou komen
jouw echtgenoot, tot hij je zou veroveren
Je wangen waren roze gekleurd
je lippen zachtrood.

Je witte kanten nachtjapon was zedig toegesnoerd
klaar om door zijn hand geopend te worden:
roze tepels, blanke huid
Toen had je nog geen geraffineerde trucjes nodig
en je onderwierp je vol overgave
zoals het je was geleerd.
Ja die nacht was hij nog teder
vol verrukking
dat hij zich jouw blanke vlees kon toe-eigenen.
Ja die nacht bleef hij nog bij je.
Ja, die nacht was zijn honger nog aan jou gestild.

Slechts één nacht bleef ik maagd: die nacht, jouw nacht
Hij kocht jou
hij verkrachtte mij
Hij noemde mij een dier
en nam als een beest
telkens weer bezit van mij,
zijn eigendom.
Maar ik vocht

Jij vocht niet.
Niet voor jezelf,
niet voor mij:
Hoe kon je ook:
je haatte mij in plaats van hem,
jouw superioriteit bande de woede uit je hart
Je perste je lippen opeen
en zocht troost in een nieuw juweel.

Hoe groot moet de leegte zijn in het hart van een vrouw
die voor een koude steen
haar eer verloochent, haar liefde, haar waardigheid.
Hoe groot moet de leegte zijn?
Hoe groot de angst?
Ik denk niet dat ik onrechtvaardig ben
als ik zeg:
jouw angst evenaarde zijn tirannie.

Je probeerde hem terug te winnen:
je onderwierp je meer dan ooit
je was zijn gewilligste slavin.
Je liet mij harder werken
zodat mijn eelt hem weg zou drijven
terug naar jouw blanke zachtheid
gewassen in melk
gehuld in de duurste parfums.
Maar de jute zak die je me als kleding gaf
was te klein om mijn borsten te verbergen.

Ja, toen waren mijn borsten nog stevig.
Ja, toen had ik mijn sensuele beweeglijkheid nog niet verloren.
Je huilde stiekem, toen je mij hoorde schreeuwen
van hetzelfde verdriet,
van dezelfde man,
jouw echtgenoot,
mijn meester.

Weet je nog?

Nee, jij vocht niet!
Je fixeerde je op mijn slavernij
om beter de jouwe te verdragen.

Ik geef het toe: ik werk als een beest
maar ben ik daarom geen vrouw misschien?
Ik heb geen ringen aan mijn handen
maar gezwollen, barstende aders.
Ik heb geen sieraden, maar litteken van de zweep.
Ik heb geen parels
maar zweetdruppels, uit mijn lijf gewrongen.
Ik heb geen diamanten, enkel tranen. Maar ben ik daarom geen vrouw misschien?

Het is waar:
in plaats van verf en poeder op mijn gezicht
draag ik een strak masker van angst
doodsangst.

Maar ben ik daarom geen vrouw misschien?
Maar ben ik geen vrouw misschien?

En jij, blanke vrouw,
jij zag alles.
Maar er kwam geen protest over je lippen.

Je koesterde je in je roze slavernij
Je dacht dat mijn bloed
jouw superioriteit bevestigde.

Ja je halssnoer was van goud
maar je merkte niet dat het je stem smoorde.
De diamanten ringen aan je handen verdoezelden slechts hun opgelegde doelloosheid.
Je zag niet dat de platina armbanden
die je polsen sierden
kettingen waren
die je bonden aan je echtgenoot,
jouw eigenaar.

O wat genoot je van die gouden kooi

die huwelijk heette.
Die walgelijke grap.
Je maakte aanspraak op de naam van je echtgenoot, op het geld van je echtgenoot,
maar zijn trouw kon je niet krijgen.
Je speelde je rol moedig
en laadde je haat over op mij
ook een vrouw
een slaaf bovendien

Je wilde me niet helpen.
je dacht dat je hulp alleen mij ten goede zou komen
Je zag alleen mijn slavernij,
niet de jouwe.

En zo bereidde je je eigen verval.

Ja ze veroordeelden mij tot de dood
en ze veroordeelden jou
tot verval
Waar was je hart?
door haat verteerd
opgebrand zonder doel
gevangen in de rol van "lady"
gedoemd tot nutteloosheid

Waar was je hart?

Jij baarde hem zonen
Ik baarde hem zonen
Nee, niet uit vrije wil

Onze baby's waren bijna even roze
de jouwe was toen al rijk en machtig
de mijne werd geboren als onroerend goed
Je haatte me meer dan ooit, En toen je echtgenoot zijn zaad verloochende
en zijn zoon, mijn zoon verkocht
toen voelde je je gewroken
Weet je nog?

Jij was bang om je jongen te zogen
bang dat je borsten zouden zakken
bang dat hij zou vluchten naar steviger schoonheid
Dus gaf je jouw kinderen door aan mij.
Vlees dat jouw vlees was,
bloed dat jouw bloed was
gaf je door aan mij,
melkkoe zonder jong.
Jouw kind zoog levenssappen uit mijn lijf.
En als ik zoogde,

wist ik dat ik de vijand van mijn eigen kinderen voedde.
Ik had kunnen liegen!
Ik had kunnen zeggen dat je kind gevoed was,
tot het van honger stierf
Maar ik had het hart niet die verweesde onschuld te doden
Want als het at glimlachte het
het boerde, het kirde van plezier
en het kende nog geen kleuren.
Ja die eerste tijd hield ik jouw kinderen in leven.

Maar toen ze groeiden
en sterk werden
met een kracht die uit mijn lichaam was gezogen
toen leerde je hen mij te haten
toen leerde je hen de woorden "mamma" en "nikker"
Jouw kinderen keerden zich tegen mij
misbruikten mijn dochters vermoordden mijn zonen
Had ik mijn kinderen maar vermoord bij hun geboorte,
dan was hun dit lot bespaard.
Maar ik was een vrouw,
net als jij

Weet je nog?

Hadden de armen onder jullie dit vuile spel maar doorzien
en mij de hand gereikt.
Dan hadden wij, de meerderheid,
lang geleden al onze verspilde levens kunnen redden.
Maar nee!

Oja, de rijken konden tevreden zijn!
Jullie armen kregen alleen een schijn
van superioriteit.
Een schijn die jullie ophielden
met moordende brutaliteit
met brandende kruisen
met bloedige begeerte.
En zo overtuigden jullie jezelf
van "white is right".
En zo, vergaten jullie je eigen slavernij.

O ja, de rijken konden tevreden zijn:
Jullie vochten niet met mij,
Jullie vochten tegen mij!

En nog altijd
gebruiken de overheersers jullie
als handlangers in hun vuil spel
en duiden mij aan als zondebok

en exkuus
voor hun falen.
Liever dan zich zelf vuil te maken,
gebruiken ze jullie vuisten,
die door zwaar werk gehard zijn.
Om mij te vellen.
Om mij te straffen
voor mijn schuld.

Mijn schuld zijn vermoorde vrijheidsstrijders.
Mijn schuld zijn de slavenkettingen,
die ik te lang verdroeg.
Mijn schuld is dat ik mij hierheen liet sleuren,
ver van mijn strand in Afrika.
Mijn schuld is dat ik nog leef
om erover te vertellen

Ik geef het toe: ik ben schuldig.
Mijn schuld is dat ik niet luid genoeg geschreeuwd heb.
Mijn schuld is dat ik niet luid genoeg schreeuw!

Maar ik zal opstaan.
Ik zal jullie in de ogen kijken.
Ik zal spreken!

Blanke vrouwen,
het is geen toeval dat jullie naakte lichamen op de kalenders de fatale data aanwijzen,
van jullie ondergang,
van onze ondergang.
Jullie gedachten werden vergiftigd.
Gif dat jullie nu nog steeds uitbraken
op de banken van psychiaters.

Soms krijgt één van jullie hoogtevrees
in haar ivoren toren.
dan daalt ze af,
stapt luchtig over mijn eeuwen van verschrikking
neemt mijn hand,
glimlacht
en zegt: "zuster".

Mijn zuster,
begrijp dat ik wantrouwig ben.
Herinner me niet aan mijn slavernij,
ik ken ze veel te goed.
Vertel me liever van de jouwe.

Mijn zuster,
Weet je nog, je hebt mij nooit gekend.

Je hebt me altijd gezien zoals "hij"
me wou làten zien.
Zwart, slaaf
Maar hij is ook jouw meester!
Hij is ook jouw vijand!
Weet je nog?

Mijn zuster,
Wat wil je doen?
Wil je vechten?
Wil je vechten samen met mij?

VRIJHEID
RECHTVAARDIGHEID
VREDE
OVERVLOED
voor jou
voor mij
voor iedereen
GEEN KLEUR
GEEN KLASSE
GEEN GESLACHTEN

Dit is mijn droom,
dit is mijn gevecht.
Als je wil vechten,
als je wil vechten samen met mij
neem dan je hand van je eigen lijf
en reik mij je hand.
Vecht, vecht samen met mij.
Dit is mijn gevecht, dit is mijn droom.

Vera Van den Berghe

 
   
 
 
 
the art of involvement / de kunst van het engagement
 
home | ©2006 Philip Demeester & Amana Dance Theatre