Waarom een Regisseur?
 
 

Interview door Yolanda van Dijk met Philip Demeester
Gepubliceerd in het tijdschrift 'Navel', december 2003

 

Waarom geef je dit soort workshops?

Vooreerst omdat wij in het Amana Dance Theatre geloven dat kunst de wereld beter maakt, en dus ook de danseressen, en omdat oefening kunst baart.

Vervolgens omdat we andere danseressen willen laten delen in onze artistieke, pedagogische en maatschappelijke zoektocht. Om hen aan te duiden wat er in onze danslessen gebeurt, wat in onze voorstellingen te zien is, wat de essentie is van de buikdans zoals wij die ontwikkelen en beoefenen.

Tenslotte omdat wij tijdens deze workshops ook zelf een stap kunnen zetten in onze ontwikkeling.

Wat is het belang ervan? Voor wie?

Het genie huis in elk van ons, daar ben ik ten stelligste van overtuigd. Alleen is het hard werken om het tot ontwikkeling te laten komen, om het uit de steen te voorschijn te halen. Zie de mens een beetje als een betonblok - en hoe ouder we worden, hoe harder het beton wordt. Vaak proberen we kunst te maken door dat blok wat van hier naar daar te sleuren, in het juiste kader te plaatsen, een kleurtje te geven en wat op te tutten. Veel glitter en glamour dus. Maar je kan het ook doen zoals Michelangelo: je neemt je bijtel en je kapt het overbodige weg tot het genie te voorschijn komt. Dit is natuurlijk een weg van bloed en tranen en nog veel meer zweet. En net zoals Michelangelo, slaag je er nooit in het genie helemaal te bevrijden, maar toch, wat een schoonheid, wat een grootsheid ontdek je als je afstand durft doen van je gewone doen, van je gewone leven, van je gewone kunstjes.

Ik geloof dat het genie dat je zo ontdekt veel verder gaat dan de dans alleen - dat het je helpt te ontsnappen aan de zwaartekracht van het gewone leven. En willen wij niet allemaal dansen in de hemel?

Wat is jouw meerwaarde als regisseur?

Dat ik geen meerwaarde als danser heb, dat ik niets aan te leren heb - geen bewegingen, geen danspasjes, geen stijloefeningen en geen choreografieën. Ik weet niet hoe je moet dansen, en eerlijk gezegd, ik wíl het ook niet weten. Dus kan ik alleen maar met een open blik naar de danseressen kijken en mij door hen laten inspireren. Tegelijk heb ik de nodige afstand om de grote vragen te stellen over kunst en communicatie, over publiek en dans.

Onze workshops vertrekken dan ook altijd van één of twee grote vragen, de concrete invulling ervan wordt gestuurd door de deelneemsters, hoe ze zijn, waar ze problemen mee hebben etc. In jouw geval hadden we twee vertrekpunten: ‘rust in de enkelvoudige beweging’, en ‘ leven in je rug’. We waren begonnen met het eerste thema, en net op het ogenblik dat ik begon te twijfelen of we wel aan het tweede thema zouden komen, heeft een heel concrete vraag van jou de déclic gegeven, en konden we het tweede thema perfect laten aansluiten op het werk dat we tot dan gedaan hadden.

Elke workshop is dan ook ànders. Omdat onze vragen als begeleidende kunstenaars telkens anders zijn, maar ook omdat de deelneemsters telkens anders zijn, en ons dus dwingen om andere antwoorden te onderzoeken, andere wegen te exploreren.

Tijdens de workshop zei je dat de vergevorderde leerlingen het moeilijker hebben dan de mensen met minder ervaring. Hoe komt dit?

Omdat de meeste danseressen in andere cursussen iéts geleerd hebben: pasjes, choreografieën, stijlen... Zo hebben ze vaak een onbewuste waarheid ontwikkeld over wat ze zijn als danseres, hoe het moet, etc.. In deze zekerheden wordt niet alleen het ego vergroot maar tegelijk worden er manieren in gevonden om de scherpe kantjes af te ronden, de pijn van de kunst te ontlopen. Maar in de kunst zijn er geen zekerheden, moet je telkens opnieuw beginnen, en kom je er niet zonder weerhaken.

In onze workshops leren wij vooral de attitude aan om jezelf en je dans steeds weer van nul uit te vinden. Beginnende danseressen kunnen dit doen voor ze al te veel zekerheden ontwikkeld hebben, gevorderden moeten vaak eerst heel wat pijnlijk afbreekwerk verrichten...

Wat wil je overdragen op de deelneemsters. Wat wil je ze meegeven?

Ontroering, genot, schoonheid, kortom, kunst kan maar ontstaan in volledige overgave. Alleen als je als danser en als mens bereid bent om al je zekerheden telkens weer in vraag te stellen, kan je de openheid ontwikkelen om ‘het’ te laten gebeuren. Alleen als je je volledig open en kwetsbaar openstelt voor je mede-danseressen en je publiek kan je hen bereiken, kan je hen iets vertellen. Alleen als je je eigen ik en al je zekerheden durft opgeven, kan je je blijven ontwikkelen.

Kunst is niet voor doetjes; het is keihard werk. Maar het resultaat is dan ook de hemel: het perfecte gebaar, het bereiken van de ander. Alleen de uitzondering kan voor de danseres de regel zijn - niets meer, niets minder.

 
 
belly-thinking, mind-feeling / denken met de buik, voelen met het verstand
 
home | ©2006 Philip Demeester & Amana Dance Theatre